maandag 4 mei 2009

Onderzoek: Het Stedelijk Labyrint



Thema: Verleden vs Heden
Stad:
Tilburg

Het verhaal van +1000 woorden

Tilburg. Stad van industrie. De huizen zijn nog altijd somber en simpel. Het maakt niet uit hoe bruin de huizen zijn, de sfeer is grijs en grauw. Van de oude fabrieken, tot de werkplaats van NedTrain. De stijl verteld ons het verleden. Hier en daar loopt iemand met een hond. De terrasjes grenzen aan een weg, waar hard gewerkt wordt. Renovatie. Nog geen 1000 meter verder lijken de huizen uit elkaar te vallen. Tilburg, voor mij een hopeloze stad, maar die ruwheid heeft wel iets. Ik hou er niet van, en wil er niet in zitten, maar er is iets, iets wat men niet kan zien. Soms lijkt het wel alsof de tijd heeft stilgestaan. Behalve dan dat er een wit-rode bus voorbij komt. Veolia Transport. Er staat ‘reeshof’ op de display. Tilburg Reeshof. Hét counterpoint van Tilburg. Reeshof lijkt niet op Tilburg. Het is nieuw, modern, mar minstens net zo kil. Zo’n contrast, en toch één stad. Op het station stappen met regelmaat mensen in en uit een trein. Vooral studenten. Tja, studentenstad. Nog zoiets wat ik verafschuw. Maar dit is in elke stad. Uitgaan. Het kán leuk zijn, maar ik wil het niet. Alcoholmisbruik leeft. In Tilburg, Eindhoven, Breda, Rotterdam, Amsterdam, maakt niet uit. Het is iets wat bij een stad hoort.

Tilburg heeft een onheilspellende sfeer, en die wordt versterkt als ik me realiseer dat er mafkezen rondlopen die teveel op hebben. Of het nou drank of drugs is. Je hoeft maar op de verkeerde plaaats te ijn op het verkeerde moment. Door het industriële wordt die indruk nog meer versterkt. Een fabriekspijp, buizen, aangeslagen huizen, roestend ijzer. Het beeld van Tilburg. Ik ontwijk de uitwerpselen van honden. Tilburg, voor de een een geweldige stad, voor de ander vreselijk. Een plek waar herinneringen bovenkomen. Als het regent is Tilburg nog veel indrukwekkender. Maar ook als het 30 graden s, is het een trieste boel. Zelden zie je vrolijke gezichten. Het geronk van auto’s, het geroezemoes van mensen, het gedender van treinen. Een echte stad, en toch voor wereldmaatstaven klein. Enkele voetgangers kijken verstoort op als er geboort wordt ergens. Anderen geven er niks om, en lopen gewoon verder. Het maakt niet uit dat Tilburg er al jaren staat, ik heb nog altijd het gevoel dat het elk moment kan instorten. Er heerst een duisternis in die stad. Iets wat je niet zo makkelijk kunt beschrijven, maar het is alsof er een vloek heerst, die alles triest en somber maakt, net als vroeger.

Elke Tilburger lijkt het te voelen, en die samenhorigheid is het grootst tijdens lokale feesten. De Tilburgse kermis, Carnaval, en al dat soort dingen. De pret die op de voorgrond wordt beleeft, zorgt voor menig mensen dat de geschiedenis van de stad, en de sfeer, naar de achtergrond verdwijnt, maar voor mij niet. Ik geloof, dat pas als je in Tilburg woont, je na lange tijd kunt begrijpen wat er is met die stad. Veel mensen vinden het een lelijke stad, en toch blijven ze er wonen. Zou het te maken hebben met die sfeer? Met die duisternis? Dat mensen het liefst bij elkaar blijven in dezelfde stad?

Als ik de tijd zou terug kunnen spoelen, zou een groot deel hetzelfde blijven. Van de klassieke indeling van de stad, tot de fabrieken die terug in werking gesteld zouden worden. Musea’s veranderen terug in werkplaatsen, damp die weer boven de stad hangt, alsof die er altijd al is geweest. Misschien heb ik mezelf het antwoord al gegeven. Misschien blijft in gedachten, ook al kent niemand Tilburg nog zoals het was in de 19e eeuw, die damp en rook van de fabrieken hangen, als een eeuwige sluier over de stad. Dat die sluier ervoor zorgt dat je constant teruggebracht wordt naar die ruwe tijd. Die sluier ontbreekt in Reeshof. Tilburg Reeshof is net uit de grond gestampt. Alsof het er zo ineens is neergezet. Niet meer het geraamte, metselen en het afwerken, maar kant en klare huizen, die aan de lopende band worden geproduceerd, en neer worden gezet. In alle haast is er nog een kaal stationnetje bijgeplaatst, waar elk halfuur de stoptrein stopt. Juist door die simpelheid, en dat weinig unieke van heel Reeshof, maakt het kil. Er lijkt zelfs een soort burcht te staan. Een muur met woningen, met daarin een poort, naar een woonwijk. Je moet het maar willen, maarja, ik snap sowieso niet wat je in Tilburg moet. Net als Eindhoven is Tilburg een dorp met een grote mond. Maar Tilburg is nog enigzins gespaard gebleven. Tilburg in de tweede wereldoorlog, onherkenbaar vanwege de sluier? Nee. Maar het is zichtbaar intacter gebleven dan Eindhoven. In Tilburg leeft de geschiedenis nog. In de mensen en de architectuur. Naast het station staat een enorm gebouw. Met een orginele hal, en glazen koepel, steekt het af tegen het grijze gebouw wat erin verweven is. De revisiehal van NedTrain. Industrie leeft hier nog altijd. Honderden mensen werken hier aan locomotieven. Wie binnenkijkt, lijkt nog altijd te denken dat we in de industriële revolutie leven, tenminste, arbeidsintensief gezien. De locomotieven, en de apparatuur zijn wel vernieuwd. Maar kijk naar buiten, en je ziet de klassieke bouw nog. Een draaischijf om de Locomotief naar zijn ‘thuis’ te sturen. Zo ging het vroeger al, met de stoomlocomotieven. Men werd zwart van de kolen, maar in de textielfabriek werd men zwart van de olie. Mensen stierven doordat machines zo open waren. De stad leeft nog altijd in die bedrukte sfeer, terwijl alles kan en mag tegenwoordig. Althans, zo lijkt het. Maar toch lopen mensen met het hoofd naar beneden. Wat doen ze? Mijmeren ze, zijn ze boos, of doen ze net als ik, hun uiterste best om hondenpoep te vermijden? Af en toe komt er een vrolijk fietsende student voorbij, totaal in contrast met de chagarijnige ouderen. Ja, de jeugd lijkt het wel te willen zien, maar het lijkt niet echt effect te hebben. Alsof de stad zelf, de huizen, gebouwen en fabrieken tegen de mensen zeggen; stop met lachen, het is een serieuze zaak! Werken! Werken! Werken zul je! Je bent hier in de stad niet om te lanterfanten! Maar alleen kinderen en studenten lijken zich vrij genoeg te voelen om dat te negeren.

Op sommige momenten vraag ik me af, wanneer gaat de zon in deze stad schijnen?



Geen opmerkingen: